Hoe autonomie van scholen de zeggenschap van ouders vergroot (en sociale ongelijkheid versterkt)

In onderwijsland is een toenemende roep om meer autonomie voor scholen. Het juk van nationale sturing moet afgeworpen, want leerlingen krijgen niet het onderwijs op maat waar ze baat bij zouden hebben. Het is de toon van de VO-Raad, niet geheel verwonderlijk gezien hun belangenpositie. Maar het is ook de toon van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en van nationale bewegingen zoals Curriculum.nu. Toch is dit een gevaarlijke ontwikkeling, die de sociale ongelijkheid in het onderwijs alleen maar zal vergroten. En met de recente rapportages van de Onderwijsinspectie in ons achterhoofd is kansengelijkheid nu juist iets waar onze aandacht naar uit moet gaan. Ongelijkheid naar sociaal milieu neemt toe in Nederland, evenals de segregatie tussen scholen.

Er zijn meerdere studies die aantonen dat meer autonomie van scholen, en een grotere rol van de ouders die daarmee gepaard gaat, problematisch is voor het bevorderen van gelijke kansen. Deze internationale evidentie gaat over verschillende dingen, maar toetst de algemene hypothese dat gestandaardiseerde regels, of het nu om bestaan van nationale toetsing gaat of het bindende karakter van schooladviezen, of de mate waarin ouders scholen beinvloeden in het adviseringstraject, ongelijkheid naar sociaal milieu en etniciteit verkleinen. Deze studies vinden allemaal steun voor deze hypothese:

  • De sociologen Hannah Ayalon en Adam Gamoran tonen aan dat de sociale ongelijkheid in leerprestaties verschillend uitpakt tussen twee getrackte systemen: Israel en de Verenigde Staten. De auteurs verklaren de lagere sociale ongelijkheid in Israel door een grotere mate van standaardisatie in Israel.
  • Een extensie van deze redenering toetsten wij met data van 36 landen (Bol, Witschge, van de Werfhorst & Dronkers). Vroege selectie hangt minder sterk samen met sociale ongelijkheid in leerprestaties als er gestandaardiseerde centrale examens in een land bestaan.
  • Een working paper van Jan Skopek en Jaap Dronkers vergelijkt Duitse Bundeslanden. Zij tonen aan dat ongelijkheid naar migratieherkomst kleiner is in Länder waar vroege selectie gepaard gaat met bindende schooladviezen dan in Länder waar bindende schooladviezen niet bestaan.
  • Een natuurlijk experiment dat een beleidsverandering bestudeerde in Duitsland, uitgevoerd door Jörg Dollmann, kwam tot dezelfde conclusies.
  • In Frankrijk doen ouders eerst een voorstel aan de school, waarna de school tot een advisering over gaat. Deze studie toont aan dat er grote ongelijkheden bestaan omdat de ‘agency’ van ouders hiermee wordt vergroot.
  • Het proefschrift van Roxanne Korthals van de Universiteit Maastricht toont aan dat vroege selectie de prestaties kan verbeteren maar alleen als er gestandaardiseerde regels worden gebruikt om leerlingen aan ‘tracks’ toe te wijzen.

Voordat we de deuren verder open zetten naar meer autonomie zou het verstandig zijn om hier vanuit het oogpunt van gelijke kansen nog eens nader bij stil te staan.

 

One Reply to “Hoe autonomie van scholen de zeggenschap van ouders vergroot (en sociale ongelijkheid versterkt)”

  1. see the same for Esser&Hoenig 2018 (3) in Koelner Zeitschrift fuer Soziologie&Sozialpsychologie for attainment and recently Esser (2019) unpupl Paper on achievement (available at request) for German country states analyzed by NEPS-data.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *